Het lange wachten op Toronto Airport
Hoewel we de helft al ingepakt hadden en we pas om 11:00 uur de camper in hoefden te leveren bij het verhuurbedrijf 10 km verderop, bleek het toch behoorlijk stressen om alles op tijd klaar te hebben. Iets voor 11:00 uur reden we dan toch het terrein van Motorhome Travel Canada op.
Ondanks de aanrijding, het gedoe met de fietsen en de lijst met gebreken die al dan niet tijdens onze vakantie ontstaan waren, had men blijkbaar een goede indruk van ons. De controle van de camper verliep soepeltjes en zelfs de voorruitreparatie kregen we vergoed ondanks dat ruitschade is uitgesloten van de verzekering. We hebben maar niet al te veel woorden vuil gemaakt aan de staat van de fietsen na de aanrijding.
Nu bleek dat de CAD 2.500 eigen risico direct na de aanrijding geïncasseerd was door Motorhome Travel Canada (dat verklaarde ook de VISA sms dat 80% van de kredietlimiet bereikt was), maar die werd zonder nauwkeurige inspectie ook weer netjes teruggestort.
Dezelfde gezellige Indiase taxichauffeur als op de heenreis (veel van hen hebben hun roots in India) bracht ons naar het vliegveld. Rond 13:00 uur waren we er al terwijl de vlucht pas om 19:30 uur was. Omdat je met al je bagage geen kant uit kunt, hebben we buiten de vertrekhal een hoekje opgezocht om de tijd uit te zitten. Bankjes waren er alleen in de rookzones, dus verkozen wij een plekje net voorbij de drukke dropzone in de uitlaatgassen. Daar konden we rustig de restanten van onze etenswaren opeten.

Zittend op de plunjebalen zaten we de tijd uit.
Na het inchecken (alle vier de plunjebalen strak op 23 kg afgewogen), konden Linde en Floor zich uitleven in winkeltjes in de taks free zone. Maar toen ze de grote beeldschermen zagen waarop de Olympische Spelen werden uitgezonden vonden ze dat veel interessanter (wij ook!)

Olympische Spelen in de tax free zone van Toronto Airport. En Linde natuurlijk met haar telefoon, want wat moet je zonder…
Na de soepel verlopen terugvlucht met de Indiaase maatschappij Jet Airways, taxibusje naar de parkeergarage en de rit naar huis, zat even na het middaguur de vakantie erop.

Linde en Floor lagen al snel uitgeteld in de auto. Dat we door de wasstraat reden om de dikke laag stof/zand van de auto te spoelen (ook al stonden we in een parkeergarage) hebben ze nauwelijks mee gekregen.
Niagara Falls
Het was onduidelijk of we nu nat werden van het water dat bij Niagara Falls omhoog stoof of gewoon van de regen, maar eigenlijk maakte dat ook niks uit. Nat worden deden we toch wel. Dus ook hier gingen de regenpakken aan. Maar we werden waarschijnlijk minder nat dan de duizenden mensen die met de boot tot dicht bij de waterval varen.

De rode Canadese boot en de blauwe Amerikaanse boot, allebei goed volgepakt.
Het was jammer dat het weer niet mee werkte vanochtend. Het was grijs en van tijd tot tijd regen. Het maakte de waterval echter niet minder imposant.

De Canadese Niagara Falls

De Amerikaanse Niagara Falls
Eind van de middag zijn we begonnen met het inpakken van de spullen en het schoonmaken van de hut. Inge noemt de camper namelijk steevast ‘de hut’ als er schoongemaakt moet worden.
Morgenochtend nog even stressen om alles op tijd ingepakt te krijgen en dan is het helaas weer tijd om naar huis te gaan.
Laatste stukje natuur
We hadden op het allerlaatste moment besloten om toch tegemoet te komen aan Lindes grootste wens deze vakantie: de Niagara Falls. Dat betekende wel dat we meer kilometers moesten rijden, want ze liggen niet echt (echt niet) op de route. En we hebben er al 1.000 meer gereden dan gepland.
Maar eerst gingen we nog een allerlaatste poging ondernemen om bevers in actie te zien bij de Beaver Pond waar we eergisteren al een bever hadden gezien. Dat betekende wel dat we er vroeg uit moesten… 5:00 uur alweer!
We waren er net voor zonsopkomst en toen we ons plekje ingenomen hadden, kwam een bever aangezwommen. Hij zwom precies onze kant uit zodat we ‘m goed konden zien, hij schudde een paar keer met zijn kop en dook rustig onder water zijn burcht in. Helaas was dat het enige wat we te zien kregen. Eenmaal in zijn burcht hoorde we ‘m zachtjes geluidjes maken. Heel leuk. De ingang naar zijn burcht mag dan wel onder water zitten, zijn verblijfruimte zit boven water. In het visitor centre van Algonquin had men namelijk een prachtige doorsnede gemaakt van een beverdam en beverburcht op ware grootte.

De mist was net aan het optrekken boven Beaver Pond.

De beverburcht die naar ons idee nog niet helemaal af was. Daarom hadden we ook gedacht meer activiteit te zullen zien.
Dit was het laatste stukje echte natuur dat op de vakantieplanning stond.

Een hommel op een distel tijdens een pauze.
Om naar de Niagara Falls te rijden reden we letterlijk (5 km extra) langs het camperverhuurbedrijf. Omdat er langzamerhand toch wel wat mankementjes waren (behoorlijk lekkende vuilwater afvoer waardoor we bijna niet meer op een verharde parkeerplaats durven te gaan staan, geleiderail laatje kapot, sluiting andere la kapot - een andere hadden we eerder zelf al vervangen, niet werkende oven, verkeerde maat kussen om van het zitje in de camper een bed te maken, kastjes die tijdens het rijden spontaan open vliegen, slotje van het ruim was helemaal lam), dachten we een goede beurt te maken door ze daar vooraf op te wijzen, zodat ze de reparatie alvast in konden plannen. We meenden namelijk dat de camper op onze inleverdag direct weer aan een nieuwe klant wordt meegegeven.
Ze gaven aan het zeer te waarderen en het leverde ook nog een bon voor een gratis campingovernachting op. Nu maar hopen dat ze bij het inleveren van de camper een beetje soepel zijn. Ze gaven ons namelijk de indruk dat ze de camper minutieus onderzoeken op nieuwe krasjes op de bijv. de bestickering. En er zijn uiteraard krasjes bijgekomen; hoe netjes we er ook mee omgegaan zijn, je kunt niet elke tak op een camping ontwijken.
De route naar Niagara Falls liep eigenlijk dwars door Toronto met al zijn voorsteden zoals bijv. Hamilton (goed voor ruim 500.000 inwoners) en dat midden in de spits. We zijn er zoveel mogelijk omheen gereden, maar we konden niet voorkomen dat we soms stil stonden in de file.
In de buitenwijken reden we soms door wijken waar men graag wil laten zien dat ze veel geld hebben. Enorm grote huizen met lange oprijlanen en bij de voordeur van die grote pilaren alsof het statige hotels waren. Nogal over de top vonden we (behalve Linde dan).
Ook zagen we dat iemand alle kinderfietsen die niet meer in gebruik waren in de boom had gehangen. Er hingen zo’n 10 tot 15 fietsen in de boom. Erg grappig.
En iemand die als afrastering van zijn terrein tientallen complete boomwortelstelsels had gebruikt. Waarschijnlijk van de gerooide bomen van zijn eigen perceel. Erg mooi, kunstzinnig en heel natuurlijk. Dat zouden wij thuis ook graag willen hebben. Alleen zou het bij ons compleet misstaan in ons mini-tuintje in Goverwelle.
Zuinig omgaan met energie? Waarom zouden we?
We wilden graag wild zien en kozen daarom voor de Mizzy Lake Trail. Dat is dé trail waar je wild zou kunnen zien, maar dan moet je wel vroeg zijn. En dus ging de wekker voor de verandering weer om 5:00 uur. We reden de parkroad in de schemer en hoopten stilletjes daar al een eland tegen te komen. Niet dus.
Nadat we op de parkeerplaats ontbeten hadden, begonnen we in lichte motregen aan de wandeling. Het waren best lastige paden. Veel gladde boomwortels en keien en daartussen een modderige ondergrond. Wel erg mooi.

Lastige paden op de Mizzy Lake Trail
Al in het begin van de wandeling zat een specht erg actief te hameren op een paar meter afstand van ons. Mooi om te zien hoe snel en hard hij (in dit geval een zij) z’n snavel tegen de boom slaat.

Black-backed Woodpecker
De wandeling ging door zeer dicht begroeid bos, maar ook langs allerlei moerasmeertjes waar regelmatig enige beveractiviteit te zien was. En wij natuurlijk turen naar een bever of liever een eland. Maar nee.
Ook zouden er schildpadden moeten zitten, maar die houden van warmer weer voordat ze gaan liggen zonnen.
Wel zagen we enkele hoenen die gewoon doorgaan met scharrelen als je ze maar niet stoort.

Bij deze nieuwe beverdam (of recent versterkte dam) was het weer tijd om met deet te smeren. Muggen kun je hier op geen enkele wandeling ontlopen.

Regelmatig zagen we leuke kleine paddenstoelen staan zoals deze rode.

Eén van de vele moerasmeertjes. Deze lag naast het traject van een oude spoorlijn.

In dit moerassige gebied zagen we weer dezelfde vleesetende plant als in Kejimkujik Seaside National Park. De meeste bloemen waren uitgebloeid, maar de grote kelken waarmee hij de insecten vangt zagen er erg mooi uit.
We hebben genoten van de mooie wandeling, maar helaas niet het grote wild gezien waar we op gehoopt hadden.
s‘ Middags zijn Marijn en Inge nog 25 kilometer gaan fietsen over een ander deel van het traject van de oude spoorlijn uit de tijd dat hier nog een bloeiende houthandel was. Toen bleek dat Inges fiets ook schade had als gevolg van ons aanrijdinkje. De voorste tandwielen stonden behoorlijk uit het lood. Hierdoor waren nog maar 6 van de 18 versnellingen te gebruiken, maar dat was meer dan genoeg op deze vrij vlakke route.
En we hoorden dat na al die regen van de afgelopen dagen de ‘fire ban’ ingetrokken was. We konden dus toch nog ons eerder gekochte hout opstoken en weer een aardappeltje poffen op onze enorme kampeerplek van bijna 300 m2!
Na het avondeten gingen de lampen in de camper spontaan in dimstand. De accu van de camper was bijna leeg. Linde en Floor hadden tijdens onze afwezigheid alle verlichting continu laten branden. Niet omdat het moet, maar omdat het kan… Samen met de vries- en koelkast was dat blijkbaar iets teveel van het goede. Daarom zijn we tegen 22:00 uur maar een rondje gaan rijden om de accu weer op te laden.
Eindelijk kan de regenkleding aan
Net als gisteren was het vandaag een natte dag. De hittegolf lijkt voorbij.
In de loop van de ochtend kwamen we aan in Algonquin Provincial Park. Gelukkig waren er nog enkele kampeerplekjes in dit populaire park. Toen we bij ons plekje gingen kijken raakten we in gesprek met een Canadees stel dat binnen 5 minuten hun padleboards en kano te leen aanbood. Wie weet maken we er nog gebruik van.
Ondanks de nattigheid geldt voor het park en de omgeving een totale ‘fire ban’ vanwege het extreem hoge brandgevaar. Geen kampvuur dus. Dat is wel jammer, want onlangs hebben we langs de weg twee ‘armloads’ hout gekocht die we nu waarschijnlijk niet meer op kunnen branden.
Het bezoekerscentrum hier was erg mooi. Veel opgezette dieren (o.a. beren, elanden en wolven). Het meest bijzondere vonden we de beverdam en beverburcht die nagebouwd waren.
Later in de middag hebben we nog drie korte wandelingetjes gemaakt. Bij de eerste, de Beaver Pond Trail, kregen we aanvankelijk hetzelfde gevoel als in Kouchibouguac National Park. De beverburchten leken niet meer bewoond te zijn. Maar iets verderop zagen we een zeer recente beverdam en enkele beverburchten. En zowaar, er zwom ook een bever in de verte.
En voor het eerst deze vakantie kwam de regenkleding van pas.

Hier zagen we de bever zwemmen, maar daarna hebben we hem niet meer gezien.

De rode Canadese maple leaf waar de beroemde maple syrup van gemaakt wordt.

Deze libelle zag er ook enigszins verzopen uit.

Deze blauwe reiger zat ineengedoken de regen uit te zitten.

Het fantastische uitzicht was er vandaag niet.

In het donkere natte bos was het erg lastig foto’s maken. Deze grondeekhoorn was Marijn net te snel af.
Op de parkeerplaats van de laatste wandeling hebben we het avondeten gegeten. Zodoende konden we in de schemer terugrijden naar de camping in de hoop elanden of misschien wel een zwarte beer te zien. Maar helaas, weer niets.
Wisseling van de wacht gemist
Na een warme nacht werden we wakker met regen. Eindelijk enige verkoeling.
Om 10:00 uur wilden bij de wisseling van de wacht zijn bij het parlementsgebouw in Ottawa. We moesten enigszins haasten en moesten nog best een stukje rijden. Gelukkig bedachten we onderweg dat de klok in Ontario weer een uurtje terug gezet moest worden, dus we hadden nog wat extra tijd.
Dat scheelde, dan konden we tenminste rustig ontbijten en kon Marijn even rondstruinen in een moerasreservaat waar we toevallig tegenaan liepen, waar veel vogels zaten (waaronder een ijsvogel), een hertje en alweer een grappige eekhoorn.

Hertje tussen de paarse kattenstaarten

Als ik nu heel stil blijf zitten dan ziet hij me niet…
In Ottawa viel het niet mee om een parkeerplekje te vinden midden in de stad, want je kunt geen enkele parkeergarage in. Enkele aardige zwervers, of althans zo zagen ze ervoor ons uit, zagen ons ploeteren en vertelden ons waar we wel konden parkeren.
Toen nog even anderhalve kilometer stevig doorwandelen dan konden we het net halen, maar onderweg zagen we dat de klok hier helemaal niet anders stond dan in Quebec. We hadden ons vergist. Geen wisseling van de wacht voor ons dus.
Wel nog even rond de parlementsgebouwen gelopen en gekeken bij de ernaast gelegen Ottawa Locks waar met 8 sluizen een hoogteverschil van 25 meter wordt overbrugt.

Parlementsgebouw in Ottawa.
De dames zijn daarna naar het Musée de la Civilation in Hull geweest (net aan de andere oever van de Ottawa River en dus weer in Quebec gelegen). De naam was recent gewijzigd in Canadian Museum of History, waardoor het de dames de nodige moeite kostte om het enorme, niet te missen gebouw te vinden. Mooie native kunst wordt hier getoond zoals we dat kennen van de Canadese westkust.
Inge heeft hier eenzelfde armband gekocht als die ze 4 jaar geleden aan de westkust heeft gekocht en al enige jaren kwijt was.

Eindelijk is ie weer terecht
Daarna zijn we richting Algonquin Provincial Park gereden, het laatste park van onze vakantie. Net voor het begon te schemeren vonden we bij toeval een heel klein campinkje in Shawville waar we gezellig hebben staan kletsen met twee Canadezen. We wilden eigenlijk alleen weten waar we moesten betalen. Pas toen ze in de gaten kregen dat we ook nog twee kinderen hadden en dat we nog moesten eten, konden we het gesprek met goed fatsoen afronden.
We staan op een strak geschoren grasveldje met water, stroom en dump voor maar CAD 20.
Chemin du Roy was ons slecht gezind
Vanochtend hebben we de Chemin du Roy weer opgepikt. Het was net rally rijden: goed op de blauwe bordjes letten terwijl de TomTom je continu naar de snelweg stuurt. Een paar omleidingen maakten het er niet gemakkelijker op.
In Trois Rivières dachten we ‘m even kwijt te zijn, maar gelukkig zagen we wel een bordje van een papiermuseum dat we wilde bezoeken en waar we geen adres van hadden. Maar helaas, dat ging pas om 10:00 uur open. We hadden geen zin daarop te wachten.
Even verder in Trois Rivières zagen we gelukkig weer zo’n Chemin du Roy bordje. We moesten linksaf, maar stonden rechts voorgesorteerd. Snel even in de spiegels gekeken of er niks achter ons stond en of er niks aankwam. Snel achteruit en dan links voorsorteren… KRAK!!!

Oeps…
Oeps, er stond dus wel een auto achter ons. Vergeten in de achteruitrijcamera te kijken. Die is dus niet alleen handig op de camping met het manoeuvreren om de camper netjes op zijn plek te krijgen.
Marijn had het fietsenrek in de motorkap van de andere auto geparkeerd. Daarnaast was zijn bumper kapot en was de radiateur kapot (althans dat zei hij).
Wij hadden nauwelijks schade. Het fietsenrek is van zo’n degelijke/lompe kwaliteit dat er zelfs geen krasje op zat. Alleen de fietsen die er aan hingen waren wel behoorlijk geraakt. Van de eerste fiets zaten er forse slagen in beide wielen. Van de tweede fiets was één wiel vernield. Dat betekende dus het einde van het gebruik van de fietsen.
De meneer was uiteraard ‘not amused’, maar dat trok snel bij. Het is de procedure hier dat de politie erbij komt om het af te handelen ook al is er slechts blikschade. Het voordeel daarvan is dat je zelf geen formulier in hoeft te vullen, want dat was best lastig geworden met iemand die vrijwel geen Engels spreekt en wij maar zeer beperkt Frans. Helaas kostte het allemaal veel tijd. De politie liet even op zich wachten en het afronden van de formaliteiten duurde ruim anderhalf uur. Apart was wel dat je geen afschrift krijgt van het politierapport, alleen een nummertje.
Daarna moesten de foto’s naar het camperverhuurbedrijf gestuurd worden. Gelukkig stonden we naast een Tim Horntons, waar alle Canadezen koffie halen, en gratis internet is. Maar de kwaliteit van het internet was zo slecht dat dit ook nog eens bijna een uur kostte. Inmiddels was de ochtend voorbij het humeur was er niet beter op geworden. Dat laatste werd ook veroorzaakt door de Chemin du Roy die weliswaar door allerlei leuke dorpjes gaat, maar bij elke zijweg of kruispunt kom je die vervelende ‘Arrêt’ bordjes tegen. Werkelijk overal moet je stil gaan staan en weer optrekken, en dat honderdduizend keer. Dat schoot niet op. Toen we daarna weer eens de route kwijt waren zijn we toch maar de snelweg op gedraaid.
Even daarvoor had Marijn bijna een tweede aanrijding veroorzaakt toen hij een ‘Arrêt’ bordje compleet negeerde omdat hij afgeleid was door een grasmaaiende bikini.

Eerder zagen we een pikzwarte eekhoorn en nu zagen we er twee met een mooie lichtgrijze staart.
Er stond nog een chocoladefabriekje op de planning, maar het adres bleek niet te kloppen. Na enkele keren door het stadje te zijn gereden, lieten we de TomTom ons naar het ‘i’-tje brengen om daar even na te vragen. Helaas stuurde de TomTom ons een woonwijk in, niks ‘i’-tje.
Toen nog maar eens goed naar het adres gekeken in ons reisboek en op de internetpagina van het chocoladefabriekje. Toen bleek dat de we niet op Boulevard l’Ange-Gardien moesten zijn, maar op Boulevard l’Ange-Gardien Nord. Beide straten bestaan in het stadje l’Assomption.
Vol goede moed reden we naar het goede adres, maar daar was net een sportschool bezig zijn intrek te nemen. Weer geen chocolade. Gelukkig konden de buren ons het nieuwe adres geven. En jawel, weer in een woonwijk!
Toen hebben we besloten koers te zetten richting Ottawa, blijkbaar was de Chemin du Roy ons niet gunstig gestemd.

Het ietwat saaie landschap in zuidwest Quebec
Onderweg hebben we ergens een parkeerplekje gezocht voor het avondeten. Ondertussen haalde Marijn de slagen uit beide fietswielen van zijn fiets door de wielen tegen de trottoirband te leggen en er gericht op te trappen. Zo, daar kon je weer mee fietsen.
Het wiel van de andere fiets werd vervangen door een wiel van de defecte fiets die we al weken in het ‘ruim’ meezeulen. En toen hadden we weer vier fietsen.
Net voor het vallen van de avond hebben we een mooie campingplek op de parkeerplaats van de Walmart gevonden naast een truck die drie keer zo lang is als onze camper. En helaas is het weer 30 graden in de camper. En het grote asfalt terrein wil niet echt afkoelen…
Maar ze hebben hier wel enorm snel internet om de weblog bij te werken.
484 Treden
Vandaag stond een rijdag op de planning. We liggen wat achter op schema, wat overigens niet erg is, dus moesten er meters gemaakt worden. We beperkten ons tot de kortere stopjes, maar wel zoveel mogelijk de leukere route in plaats van de snelweg.

Eerste stop van de ochtend bij Baie-des-Rochers, tevens de laatste in The Saguenay - St. Lawrence Marine Park. Geen walvissen meer voor de rest van de vakantie.
Onderweg was er even lichte paniek bij Linde die een plastic dopje van haar oordopjes van haar telefoon kwijt was. En wat moet je dan?!
Alles afgezocht en ten einde raad accepteerde ze dan maar dat ze de oordopjes van Floor mocht gebruiken. Maar toen het niet lukte om die in haar oor te krijgen, bleek dat het dopje nog steeds in haar oor zat! Heel slim Linde!
’s Middags zouden we een stukje gaan fietsen op Île d’Orléans bij Quebec City. Maar toen we de camper gingen parkeren kregen we snel in de gaten dat we deze wegen niet zo geschikt vonden voor ons: te druk met auto’s en teveel te steile wegen. Dat zou geen succes worden.

De lange en smalle brug naar Île d’Orléans.
Toen we van het eiland afreden zagen we een enorme waterval. Hé, die stond toch ook in ons reisboek? Dus snel rechtsomkeert gemaakt.
Het was de Chûte Montmorency bij Sainte Anne die 83 meter hoog is. Om van beneden naar boven te komen kun je of de kabelbaan pakken of de trap. Uiteraard namen we de trap: 484 treden maar liefst. Beetje vermoeiend maar wel leuk.

Chûte Montmorency bij Sainte Anne

Indrukwekkende trap van maar liefst 484 treden omhoog (en terug). En eenmaal boven ook nog eens 122 treden (en terug).Veel mensen kwamen zwetend en puffend boven. Ook niet echt verbazend bij een klamme 30 graden.

Linde en Floor op het verkeerde pad
Om van Quebec City naar Montreal te rijden kozen we voor de Chemin du Roy die door allerlei kleine dorpjes gaat. Het geeft een mooi beeld van historisch Quebec. Dat kost natuurlijk veel meer tijd, maar is wel veel leuker dan keihard doorjakkeren op de snelweg.
Iets voor 20:00 uur hebben we de camper naast de kerk in Pontneuf geparkeerd. Al weer een prima ‘wild’ kampeerplekje. Alleen is het om 22:00 uur nog steeds een klamme 30 graden in de camper met alle ramen open.

Uitzicht vanuit de camper in Pontneuf