Belugaโs!!!
Na de teleurstellende walvisexcursie van gisteren, staan voor vandaag enkele bekende walvisspotplekken vanaf het vaste land op de planning.
De eerste was Cap de Bon-Désir ten noorden van Tadoussac. We waren nog niet bij de uitkijkplek op de rotsen aangekomen of de eerste Minke walvis gleed al voorbij op korte afstand. Ook zagen we regelmatig een paar dolfijntjes voorbij komen. Terwijl Inge en Floor even terug waren naar de camper, kwam de volgende Minke al weer, maar nu zo dichtbij dat hij niet eens op de foto paste. Deze hoorde je ook heel duidelijk ademen.

Prima walvisspotplekje bij Cap de Bon-Désir, maar door de koude wind wel erg fris.

Deze Minke walvis gleed vrijwel onder onze voeten door waarbij je zijn kop ook goed zag. Dit voelt veel beter dan vanaf zo’n Zodiac.
Toen we terugliepen naar de camper zag Linde voor het eerst deze vakantie aalbessen staan. En volgens de gids in Parc Nature de Pointe-aux-Outardes zijn vrijwel alle rode vruchten eetbaar, al zijn ze niet altijd even smakelijk. Deze bessen waren wat hariger dan thuis maar dat hoefde geen probleem te zijn. Wat wel een probleem was, was dat ze volgens Linde naar poep smaakte…
De volgende spotplek was Pointe de L’Islet in Tadoussac. En ook hier stonden we er nog maar nauwelijks of een Minke gleed voor onze neus voorbij. Daarna bleef het een tijdje stil.
Wel zagen we een poeltje vol met zee-egels en zowaar een paar zeesterren. Dat is hier ook heel anders dan aan de westkust. Daar heb je fantastisch mooie getijdepoeltjes vol met kleurrijk zeeleven. Hier is het wat dat betreft een dooie boel. Blij dat we waren met de paar zeesterren of een zeemeeuw plukt er één uit het water, bijt er een arm af (en slikt die door). Dat hoeft op zich niet erg te zijn want die groeien gewoon weer aan. Wat lastiger was voor de zeester was dat de meeuw ‘m dubbel vouwde en met wat moeite in één keer doorslikte. Dan groeit die arm dus niet meer aan! En vijf minuten later deed zijn vriendje precies hetzelfde.

Moordlustige zeemeeuw die een zeester naar binnen werkt.
Ondertussen waren we nog aan het wachten op de walvissen of Beluga’s, want ook die laatste worden hier regelmatig gezien. Na de tweede Minke vonden we het mooi geweest.
Toen zijn we een stuk het Saguenay fjord ingereden omdat in Parc National du Fjord-du-Saguenay vaak Beluga’s gezien worden. Het was al 16:30 uur toen we aan de 3 km lange (of korte) wandeling begonnen en veel vertrouwen hadden we er niet in.
Maar al voordat we op het uitkijkplatform stonden zagen we de eerste witte ruggen op het water: Beluga’s!!!
Er stond ook een biologe continu aantekeningen te maken over de Beluga’s die zij zag. We waren dus op de goede plek!

Het Beluga uitkijkplatform.
De Beluga’s waren moeilijk te tellen (en de biologe mochten we niet storen), maar het waren er zeker 25. Je wist niet waar je moest kijken. Dit is anders dan walvis spotten. Er is niet één minuut voorbij gegaan dat we geen Beluga zagen. Overal doken ze op, soms alleen, soms in groepjes van 2, 3 of 4. Vooral vrouwtjes, sommige met hun kalfjes. Die kalfjes zijn te herkennen aan hun grijze kleur. Allemaal op een afstand tussen de 100 en 500 meter.

In het midden een jonge lichtgrijze Beluga.
Een zeilbootje voer voorzichtig richting de Beluga’s (wat overigens verboden is) en liet zich daarna op de stroming meedrijven. Blijkbaar zijn het nieuwsgierige beesten, want veel van hen zette koers naar het bootje. Een enkeling tikte zelfs even het bootje aan. De mensen op het bootje beleefden de dag van hun leven.
Volgens de informatie ter plekke komen de Beluga’s hier om de dag naartoe. We hadden dus enorm geluk vandaag! En ook de biologe vertelde ons - nadat haar dienst er blijkbaar op zat – dat dit wel heel bijzonder was. Zo had ze het nog niet eerder gezien.
De meeste bezoekers die kwamen kijken hielden het vaak na een kwartiertje voor gezien. Ze konden immers de Beluga van hun lijstje afstrepen. Wij zijn anderhalf uur gebleven totdat de muggen en mitches te irritant werden. Als we eerder waren geweest hadden we hier zeker een halve dag staan kijken.
Maar zeker het laatste halfuur was prachtig. Niet alleen werden ze steeds actiever en zagen we regelmatig hun staartvin (het eerste uur zagen we dat nauwelijks), ook werd er volop gecommuniceerd door de beesten. Het lijkt enigszins op het geluid van een dolfijn en het is over grotere afstand duidelijk hoorbaar.

Tailshot van een Beluga.
Ten slotte kwamen er twee ook nog eens heel dicht voor ons spelen. Door hun witte kleur zie je ze dan ook onder water en weet je waar ze weer boven komen.
We waren allemaal erg enthousiast en dit spoelde de nare smaak van gisteren meer dan weg!

Van heel dichtbij is de vorm van de Beluga veel mooier te zien.
Eigenlijk stond er nog een walvisspotplek op de planning én wilde we een paar honderd kilometer rijden. Maar dat zat er niet meer in. Het werd al snel donker en gelukkig vonden direct na de veerboot oversteek bij Tadoussac een 24 uurs parkeerplaats. We staan hier prima en zullen heerlijk slapen!
Zeer teleurstellende walvistocht
En alweer ging de wekker om 5:00 uur vanochtend. Dit is toch geen vakantie meer! Deze keer wilden we op tijd een plekje reserveren bij één van de bedrijfjes die walvisexcursies aanbieden in de buurt van Tadoussac op de St. Lawrence River en we moesten nog een groot stuk rijden.
Gisteren had één van de gidsen in Parc Nature de Pointe-aux-Outardes ons uitgelegd dat je beter zo’n excursie een stukje voor het toeristische Tadoussac kunt doen. Dat scheelt in de prijs en het is minder druk op het water rondom de walvissen. Daarnaast is het beter om met een wat groter bootje te gaan dan met de kleine Zodiacs. Bij veel kleine bootjes hebben de walvissen het idee dat er een zwerm muggen om ze heen zoemt. Ze raken daar gestrest van. Mede op basis van deze informatie hadden we onze excursie uitgezocht.
Om 13:00 uur was het eerste plekje vrij en om de tijd te doden zochten we een picknickplekje aan het water. We hadden de camper nog niet geparkeerd of de eerste Minke walvis liet zich al zien op slechts 200 meter. Dat was een mooi begin van de dag! Hij zwom rustig voorbij en in het uur daarna hebben we ‘m nog meerdere keren gezien.

De eerste Minke walvis van de dag. Er zullen er nog velen gaan volgen hopen we.
Het gereedmaken voor de walvisexcursie was een hele onderneming: regenbroek aan, een dikke sneeuwscooterjas aan en later bleek dat daar ook nog een regenjas overheen moest. Het meeste was nog wat vochtig van de voorgangers, maar dat namen we voor lief (alsof we keus hadden, want de regenjassen met kapotte ritsen konden ook niet gewisseld worden).
Tot onze teleurstelling werden we in de kleinste van de twee boten gezet als allerlaatste passagiers. We hadden dit bedrijfje juist uitgezocht op de wat grotere boot. Beetje jammer.
Gelukkig wilden twee mensen een ander plekje zoeken zodat we nog bij elkaar konden zitten. We hadden achterin een plekje waarbij we een prima uitzicht hadden … op de buitenboordmotor en de stuurhut. Maar de kapitein stelde ons gerust dat iedereen een prima zicht zou krijgen op de walvissen.
We kregen al snel in de gaten waar de extra regenjassen voor nodig waren, want het water spatte behoorlijk over ons heen. We zaten voor wat betreft de wind helaas ook nog eens aan de verkeerde kant achterin. Zo hadden we wel alle gelegenheid om de sfeer van zo’n excursie te proeven. Lekker zout!
Het duurde ongeveer 45 minuten - vol gas stuiteren bij windkracht 3 à 4 - voordat er eindelijk enige opwinding ontstond. We waren aangekomen bij de plek waar de walvissen zich ophielden. Dat was ook te zien aan de vele bootjes die daar ronddobberden: 16 stuks!!! Het bleek dat we gewoon naar de standaard Tadoussac walvis hotspot waren gevaren (GPS tracker op de telefoon stond aan) waar iedereen naartoe vaart als ze niet snel genoeg ergens anders iets oppikken.

Vier van de 16 bootjes(de wind was inmiddels wat gaan liggen).
Er hielden zich daar meerdere Minke walvissen op en een aantal bultrugwalvissen (te herkennen aan de waterfontijnen als ze adem halen). Maar al het spektakel (voor zover dat er was) speelde zich voor de boot af; wij konden dat dus niet zien. Alles wat wij zagen van de bultruggen waren de fonteintjes in de verte.

Beste foto van de dag van een bultrug walvis.
De Minke walvissen zagen we wel beter, maar ook daarvoor zaten we niet op de beste plek. Zij laten niet zo’n waterfontein zien als ze boven komen en zijn daardoor wat lastiger te spotten.

Minke walvis
Een kwartier later zette de kapitein koers naar hun grotere tweede boot, want die had blijkbaar al snel een bultrug walvis gespot. Daar aangekomen zag alleen Marijn tussen de hoofden van de andere passagiers door de staartvin toen hij naar beneden dook. Inmiddels had Marijn de kapitein verteld dat we op wel erg slechte plaatsen zaten en telkens als er iets te zien zou zijn, iedereen ging staan in hun wapperende regenjassen zodat er voor ons niets te zien was. Hij beloofde dat we de volgende keer de walvis wel goed in beeld zouden krijgen. Het duurde echter lang voordat de walvis zich weer liet zien en het was inmiddels tijd om naar huis te gaan. Net toen we rechtsomkeert gemaakt hadden, liet de bultrug zich weer zien en konden we van grotere afstand zijn karakteristieke staartvin zien.

Het laatste beeld dat we zagen van de bultrugwalvis. De mensen in het gele bootje reageerden logischerwijs erg enthousiast.
Al met al hebben we anderhalf uur op volle snelheid in een middelgrote Zodiac over de zee gevaren en hebben slechts een half uurtje iets van walvissen kunnen zien. Linde en Floor hielden zich gelukkig goed, misschien wel dankzij het pilletje tegen zeeziekte. Dat was vooraf onze grootste angst.
Dit was niet wat we ons voorgesteld hadden van zo’n excursie. Dit leek meer op een commerciële jacht op de walvissen en had weinig te maken met het aanschouwen van dieren in hun natuurlijke omgeving. Al zegt men dat de dieren hier geen enkele last van hebben, dit voelde niet goed. We voelden ons bezwaard dat we hier aan mee gedaan hadden. Dit nooit meer!
Misschien hadden we milder geoordeeld als we betere kleding hadden gekregen, betere plekjes in de boot hadden, de zee minder ruig was geweest en betere foto’s hadden gemaakt. Maar toen we met witte handen van het zout, nat ondergoed omdat de regenbroeken slecht waren, natte sokken in de schoenen en het haar niet meer strak in de scheiding (Linde’s grootste zorgpunt deze vakantie) van de boot stapten, overheerste de teleurstelling terwijl dit een hoogtepunt van de vakantie had moeten worden.
En dan hebben we het nog niet eens over de Beluga’s, die hier ook zitten en de helft van de tijd gezien worden. Die hadden we toch ook wel heel graag een keer gezien.
Familie Bever
Na 4 uur geslapen te hebben ging om 5:00 uur de wekker. Met lichte tegenzin stonden we op om naar de beverburcht op de camping te gaan kijken. Linde en Floor konden zich er niet toe zetten en draaiden zich nog een keer om.
Zodra we in de buurt van de burcht kwamen zagen we al de eerste V-vormige rimpelingen in het water. Dat is vaak een indicatie van een zwemmende bever.

Bever gespot!
Aan de burcht zelf was duidelijk te zien dat de bevers fors aan het werk waren geweest: veel verse modder en takken ten opzichte van gisteravond. En al snel klommen de bevers op hun burcht om ‘m verder te versterken. Het waren twee volwassen bevers en één kleintje. Ook de jonge bever hielp hard mee in de huishoudelijke taken. Daar kunnen die twee van ons nog wat van leren…
Het overkomt ons maar heel zelden dat we de bevers zo mooi aan het werk konden zien. Het vroege opstaan werd beloond!

Pa en ma bever
Daarna was het tijd om richting de veerboot te gaan. De tocht over de St. Lawrence River van Matane naar Baie-Comeau duurt ruim 2 uur en we hadden dus voldoende tijd om uit te kijken naar walvissen. Inge met de verrekijker op het achterdek aan stuurboord en Marijn aan bakboord (of andersom?). Helaas hebben we niets gezien, zelfs geen zeehondje.

Het uitzicht vanaf de veerboot; geen walvissen helaas.
Na de gebruikelijke schok bij het afrekenen in de supermarkt (vrijwel alles is hier behoorlijk duurder dan in Nederland), zijn we doorgereden naar Parc Nature de Pointe-aux-Outardes. We hebben hier een mooie afwisselende wandeling gemaakt. Marijn – die een andere retourroute liep dan de dames – heeft een kwartier naar moeder Grouse met haar al wat grotere kuikens staan kijken. Aanvankelijk schoten ze verschrikt weg, maar vervolgens bleven ze op zo’n 4 meter afstand rustig rondscharrelen.

Moeder Grouse met 3 van haar kuikentjes (totaal waren het er een stuk of zes)
Na de wandeling was het bijna 17:00 uur en hadden we geen zin meer om de geplande 175 km te rijden, ook nog moe door het gebrek aan nachtrust. En omdat ze hier ook een paar kampeerplekjes hadden, zijn we hier gebleven.
We konden gebruik maken van de gasbarbecue in de bezoekersruimte waar ook allerlei spulletjes lagen ter informatie van de bezoekers, zoals een deel van een Minke walviskaak. Erg aardige mensen hier!

Prima plekje voor het avondeten. Linde had aan één stukje sparerib genoeg.

Mooie zonnewijzer bij Parc Nature de Pointe-aux-Outardes
Helaas, geen elanden
Het was gisteravond niet gelukt om elanden te zien in Réserve Faunique de Matane. Een uur wasbordrijden in de schemer die al snel overging in complete duisternis had als schamele opbrengst één overstekende kikker.
Vanochtend in alle vroegte hebben we daarom een nieuwe poging ondernomen. Opnieuw dezelfde onverharde weg nu voor 25 km naar Lac Matane. En maar turen in de bosjes… Nergens open vlaktes, meertjes of moerassen waar de kans wat groter is om iets te zien. Helaas, weer niets!
Maar niet getreurd, bij Lac Matane konden we ook nog een wandeling langs het meer maken. De wandeling was echter oersaai. Er was een eentonig pad en er was nauwelijks iets van het meer te zien. Daarnaast zaten er veel irritante vliegjes en muggen. We zijn na een half uur dan ook omgedraaid. Het enige wat leuk was aan de wandeling waren de talrijke dwergframbozen en bosaardbeitjes.

Floor had al snel een handvol dwergframbozen verzameld.
Op de terug weg zagen we dan eindelijk wat tekenen van de aanwezigheid van elanden: poep. Ze zitten er dus toch. Het is niet de eerste en zeker niet de laatste keer dat we speciaal op pad gaan om elanden te spotten. En soms hebben we het geluk dat we ze zien. Meestal zijn het toch de toevallige ontmoetingen langs de weg.

Moose droppings
Inge en Marijn hebben daarna nog een stukje van de Internationale Apalachen Trail gelopen, maar dat viel zwaar tegen: hoge luchtvochtigheid, warm, muggen, glad en steil pad dat regelmatig overgroeid was. En weer zijn we snel omgedraaid. Dit alles neemt niet weg dat we hier wel het gevoel kregen echt in de wildernis te zitten. En dat hebben we de afgelopen weken regelmatig gemist.

Apalachen Trail

Deze Cedar Waxwings vlogen af en aan bij Lac Martane
In de middag hebben een plekje op een camping vlak voor Matane opgezocht. Midden op de camping ligt een mooi beschut meertje waar allerhande vogels zitten en toen we in de avondschemer nogmaals gingen kijken zagen we ook nog drie bevers. Niet heel dichtbij, maar duidelijk herkenbaar. Morgenochtend staan we voor dag en dauw op om nogmaals naar de bevers te gaan kijken. Benieuwd wie er om 5:00 uur zijn bed uit wilt komen.

IJsvogel op de camping
300 km Kustroute
Vandaag hebben we zo’n 300 km kustroute gereden van Forillon NP naar Matane, via de noordzijde van het Gaspésie schiereiland. Dit was in ieder geval veel interessanter dan de zuidelijke kustroute die volledig bebouwd is. Een enkele keer vingen we een glimp op van een kleine walvis en onderweg waren leuke pauzeplekjes.

Strandje tijdens onze ontbijtpauze, waar ook een kleine walvis voorbij wom

Onze kleine peutertjes…
In Matane hebben we direct de veerboot voor zondagochtend gereserveerd naar Baie-Comeau, aan de overkant van de Saint Laurent.
Daarna zijn we een stukje landinwaarts gereden naar het Réserve Faunique de Matane waar we vanavond eland(en) hopen te zien.
Nog even dagelijks terugkerend iets: Om discussies te voorkomen (zoals wie welk bakje chips krijgt…) hebben we ieder een eigen kleur servies. Helaas is het Inge na bijna 4 weken (+ voorgaande jaren) nog steeds niet duidelijk wie welke kleur heeft. We hebben de hoop inmiddels opgegeven.
Spelende Bultrugwalvis
Vanochtend gingen we als eerste een campingplekje reserveren in Forillon National Park in het noordoosten van Gaspésie (Quebec). Maar voor 11:00 uur waren beide campings al volgeboekt. Gelukkig hebben we net buiten het park een andere camping kunnen vinden. Niet zo natuurlijk, maar voor één nachtje maakt dat niet uit. Het voordeel was dat de douche maar 10 meter lopen was.
We hebben vandaag zo’n 4 uur over een wandeling van krap 8 km gedaan, omdat er voldoende reden was om regelmatig even pauze te houden.
Zo zagen we net als gisteren regelmatig de onopvallende maar heerlijk zoete dwergframbozen. Aanvankelijk wisten we niet zeker of ze eetbaar waren (wel gedaan), maar gelukkig herkende gisteren een dame in het visitor centre bij Percé ze en dus hoefden we ons vandaag niet in te houden.
De voornaamste reden – en we hadden er stiekem ook op gehoopt – waren enkele bultrugwalvissen, vlak voor de kust. Voordat we het pad opliepen zagen we vanaf het strand de eerste walvis al. Een kwartiertje later zagen we hem weer en dook hij sierlijk naar beneden.
Verderop op de wandeling zagen we er twee waarvan er één continu met zijn vinnen op het water sloeg. De dag kon toen al niet meer stuk.
En op het eindpunt zagen we er weer twee (op een iets grotere afstand). Mogelijk dezelfde twee als hiervoor.

Bultrugwalvisstaart vooraanzicht

Bultrugwalvisstaart achteraanzicht

Spelende bultrugwalvis (vin en staartvin)
Leuk dat de Jan van Genten hier ook regelmatig langs kwamen vliegen. In de verte, aan de overkant van de Gaspé Bay, zagen we nog hun eiland liggen.

Eén van de vele mooie ontoegankelijke strandjes met gelaagde rosten langs het pad.
Op het strandje waar we de wandeling begonnen vonden we ook diverse fossielen. Maar omdat je niets mee mag nemen uit een nationaal park en we ons daar ook netjes aan houden (…) moeten we het deze keer doen met de foto’s.

Fossielen op het strand in Forillon National Park
Tienduizenden Jan van Genten
Het hoogtepunt van Persé was natuurlijk een bezoek aan I’Île de Bonaventure met de grootste Jan van Genten kolonie in Noord-Amerika. Na de nodige ochtendstress lukte het ons de eerste boot naar het eiland te halen van 9:00 uur. De boot werd nauwkeurig afgeladen; we voelden ons als haringen in een ton. Het werd natuurlijk kansloos om vanaf zo’n afgeladen boot foto’s te maken…
Zodra we onderweg waren spurtten een hoop mensen naar het bovendek (voor de betere foto’s) waardoor we toch alle ruimte hadden. Dat viel dus mee!

Elk plekje werd nauwkeurig opgevuld, niet alleen beneden, maar ook op het bovendek. I’Île de Bonaventure is duidelijk een toeristische trekpleister.
De boot voer niet rechtstreeks naar het eiland, maar voer ook naar Roche Persé en maakte een rondje om I’Île de Bonaventure.
Onderweg doken de eerste Jan van Genten al op, maar ook talrijke zeehonden. Aan de achterkant van het eiland kregen we een eerste indruk van de hoeveelheid vogels op dit eiland. Elke rotsrichel zat afgeladen vol met de Jan van Genten. Dat had je vanaf het eiland zelf zeker niet kunnen zien. Alleen het boottochtje zelf was al de moeite waard!
Na een krap uur varen werden we op het eiland afgezet. Eenmaal van boord waren we al snel van de drukte verlost, omdat we de wat langere route naar de kolonie namen. Maar ook bij de kolonie zelf viel de drukte alleszins mee. Althans, wat betreft het aantal mensen. Niet voor wat betreft het aantal Jan van Genten. Wat waren het er veel! Wat een kabaal! En wat een stank! Maar dat laatste wende snel.
Meer dan 100.000 vogels zaten hier op een relatief kleine oppervlakte. En zo dichtbij! Als je wilde kon je ze zelfs aanraken. Marijn kon zich helemaal uitleven in het maken van foto’s.

Tienduizenden Jan van Genten dicht op elkaar gepakt
Er waren ook enorm veel jonge vogels, van eendagskuikentjes tot bijna volwassen vogels. De vogels vlogen af en aan met eten. De achterblijvers keken reikhalzend (letterlijk!) uit naar hun partner. Nauwkeurig werd het nest gelokaliseerd door de aanvliegende vogel, maar de landing was niet altijd even gracieus. Een enkele keer stortte de vogel van een paar meter naar beneden, vol op het kuiken! Vervolgens werd hij door zijn partner stevig bij zijn nek gepakt, waarschijnlijk om hem te stimuleren zo snel mogelijk het eten af te geven.

Jan van Gent

Zelfs op het dak van één van de uitkijkplatforms zaten Jan van Genten. Met deze had Marijn oogcontact.

Jan van Gent in zweefvlucht (onderaanzicht)

Jan van Gent in zweefvlucht (zij-aanzicht)

Jan van Gent
Op de terugweg naar de boot namen we langere kustroute waarbij continu de Jan van Genten langs zweefden. We namen even pauze op een mooi strandje waar we op een nieuw schouwspel werden getrakteerd. De Jan van Genten kwamen hier vissen. Ze vlogen laag over het water en zodra ze een vis in het vizier hadden, trokken ze hun vleugels in en doken als een pijl het water in. We hebben het wel eens op TV gezien, maar dit is vele malen indrukwekkender.

Pauzestrand op I’Île de Bonaventure
En tot onze verrassing nestten op dit strand een aantal Black Guillemots (alk?). Als ze vanuit hun rotsrichel naar zee vlogen, scheerden ze rakelings over je hoofd. Op de terugweg vanuit zee vlogen ze opnieuw vlak langs je. Dankzij hun felrode zwemvliezen zien ze er erg mooi uit. Ze hebben iets weg van de papagaaiduiker, zeker als je ze onhandig ziet vliegen en landen.

Deze Black Guillemot heeft honger!

Marijn op jacht naar de Black Guillemots
Dit uitstapje was echt het hoogtepunt van de vakantie!
’s Avonds zijn we nog een keer naar Roche Persé gelopen, nu bij laag water en konden we onze voeten droog houden. Maar wel in het pikkedonker over de soms gladde stenen! Wat het nog spannender maakte was dat de route van gisteren hermetisch was afgesloten. Blijkbaar wil men niet meer hebben dat je naar de rots loopt (vallende stenen). Maar via een omweg langs het strand lukte het ons toch. En deze keer zonder al die andere toeristen.

Roche Persé gezien vanaf I’Île de Bonaventure
Eb of vloed? Blijft lastig.
Omdat we weer veel kilometers voor de boeg hadden, zijn we vroeg opgestaan. En dat was te merken aan het humeur van onze jongste telg. Niet te genieten!
Maar ja, als je ’s avonds niet op tijd naar bed wilt…
Op de parkeerplaats van Sobeys (onze vaste supermarkt) in Campbellton hebben we ontbeten, voor de komende dagen eten ingeslagen en gebruik gemaakt van hun quest-WiFi om de weblog bij te werken.

Brug bij Campbellton over de Restigouche River
Het viel ons gisteren op (maar vooral tegen) hoe druk de noordoost kust van New Brunswick bewoont is. De dorpjes die op de kaart vrij ver uit elkaar liggen, blijken een aaneenschakeling van lintdorpen te zijn. Je rijdt dus honderden kilometers alleen maar door bebouwing met hier en daar een mogelijkheid om bij de kust te komen. Vandaag zouden we de drukte achter ons laten wanneer we Quebec in trekken.
Helaas, hier is het net zo. En de hoeveelheid kerken is niet te tellen! Voorheen zagen we er ook veel, maar dan vooral kleine kerkjes, hier staan ook veel forse kerken terwijl het toch een dunbevolkt gebied is. Blijkbaar zijn het hier erg trouwe kerkgangers.
Omdat we in de middag naar Roche Persé willen lopen die bij eb bereikbaar is (hij ligt dus in het water…) hebben we onderweg de getijdetabel opgevraagd bij een information centre. We moesten toen wel enigszins haasten om bij laagtij er te zijn, maar gelukkig waren we vergeten dat de klok in Quebec een uurtje terug ging.

Roche Persé
Precies op tijd waren we in Percé, desondanks was het lastig om bij de rots te komen. Ook was het water nog steeds kniehoog. De meiden zagen het niet zitten en bleven op het vasteland. Marijn moest uiteraard toch naar de rots lopen en hoopte dat hij voor hoogtij weer terug zou zijn.
’s Avonds bleek dat Frans best een lastige taal is: Marijn had de wandeling precies bij hoogtij gelopen. Sukkel!

De wandeling bij hoogtij naar Roche Persé
De vele campings die we onderweg en hier in de buurt zagen waren niet het type camping waar wij willen staan: Hutje mutje en zij aan zij. Gelukkig vonden we er een vlakbij waar we alle ruimte hadden. Het was een schril contrast met de hordes toeristen in Persé.

Ons kampeerplekje in Percé