Eigen kampvuur van Linde en Floor
Gisteravond hebben Linde en Floor voor het kampvuur gezorgd. En zo te zien hebben ze Marijn daar niet meer voor nodig.

Het kampvuur van Linde en Floor.
Omdat we gisteren nauwelijks gereden hadden met de camper en wel alle apparatuur veel hadden gebruikt was de camperaccu ’s avonds leeg. Maar we hadden een kampvuur en onze hoofdlampen, dus eigenlijk was het geen probleem.
Maar toen we ’s ochtends weg wilden rijden, konden we de slide-out niet meer inschuiven. En dan kun je ook niet de weg op met de camper. Gelukkig was het voldoende om de motor even te laten draaien.
Vandaag hebben we het New Brunswick Aquarium and Marine Centre in Shippagan bezocht. Een klein maar mooi aquarium. Vooral het voelen/oppakken van allerlei zeedieren zoals kreeft (een blauwe!), zeester, zeekomkommer, zee-egel en clam (schelpdier) was leuk.
Buiten het aquarium legde een oud visser (en singer/songwriter naar eigen zeggen) uit hoe kreeftenfuiken in elkaar zitten en dat men tegenwoordig weer steeds meer met deze houten handgemaakte fuiken vist, dan met de nieuwere fuiken van metaal en plastic. Die zijn slecht voor het milieu als ze verloren gaan.
Wist je trouwens dat alle kreeften na het koken rood kleuren?

Deze ex-visser (79 jaar oud) legde uit hoe de fuiken worden gemaakt.
De weg ernaartoe (en ook weer terug) hebben we vele zeearendennesten langs de weg op de elektriciteitsmasten gezien. De jonkies waren vaak goed te zien, maar stoppen voor de foto op de snelweg was helaas niet mogelijk.
Daarna zijn we naar het Village Historique Acadien in Bertrand gegaan. Een openluchtmuseum waar diverse oude huizen tussen 1850 en 1950 uit heel New Brunswick naar toe verplaats zijn. De oude ambachten worden hier uitgevoerd voor de toeristen.
Omdat we laat op de dag waren en de route in tegengestelde richting liepen, kregen we bijna overal privé uitleg. Dat was ook wel nodig want anders werd alles in Frans verteld. We zijn hier namelijk duidelijk in Franstalig Canada aangekomen.

Ook tijdens deze vakantie gaat het leren gewoon door voor Linde en Floor.

Irving tankstation uit 1936. Wij tanken ook regelmatig bij Irving. We zijn benieuwd naar het verbruik van deze auto. De onze loopt namelijk 1 op 4. Dat is ondanks de benzineprijzen van zo’n €0,70 per liter nog steeds een forse kostenpost.

Een deel van het Village Historique Acadien
Eind van de dag – het was inmiddels 22:30 uur – hebben we de camper naast de weg geparkeerd en hebben daar overnacht. Het was te donker voor kamperen in het wild en toen we een camping vonden konden we daar ’s avonds laat niet meer terecht. Morgenochtend zullen we zien of het een mooi plekje is. We kunnen wel de zee horen vanaf hier (de afstand tot de zee bleek zo’n 10 meter te zijn).
Internet is hier zo verschrikkelijk traaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaag
Ik zit al drie kwartier in het washok en met veel moeite heb ik 4 foto's en één verhaaltje kunnen uploaden. De rest van de foto's en verhaaltjes staan klaar, maar volgen later. Het lukt niet eens mijn email te lezen. Nu ga ik een kampvuurtje maken. Daar heb ik tenminste geen internet voor nodig.
Eindelijk echte wandelpaden
Vandaag hebben we twee wandelingen in Kouchibouguac National Park gemaakt in het minst drukke deel van het park. Eindelijk eens echte mooie smalle paadjes in plaats van de bredere grindpaden. Dit vinden wij toch echt veel leuker. Veel varens en veel kleine paddenstoelen. En voor Linde en Floor oneindig veel bosbessen.

Eindelijk eens geen brede grindpaden die rolstoelvriendelijk zijn gemaakt.

Grappig eekhoorntje
Op een gegeven moment passeerde ons een grote schaduw. We keken omhoog en zagen laag boven ons een zeearend. Heel mooi! Gisteren hadden we er ook één op grotere afstand gezien. Ook al hebben we al honderden zeearenden gezien andere jaren, het blijft een bijzondere vogel.
In tegenstelling tot gisteren liepen we vandaag in een gebied waar de bever nog wel aanwezig is, gezien de vele afgeknaagde stammen die we zagen. Wij noemen dat altijd ‘beveractiviteit’.

Beveractiviteit
Toen we terug op onze camping kwamen (we staan hier 2 nachten), was ons mooie plekje bezet. Deze mensen hadden hetzelfde nummer toegewezen gekregen. Na wat overleg met de campingbeheerder pakten zij hun half opgezette tent weer in.
Gisteren hadden we ook al zoiets. We hadden begin van de middag het plekje gereserveerd en zijn toen weer vertrokken om te wandelen. Het nadeel van een camper is dat je dan je plekje leeg achterlaat. We vonden het niet nodig om stoelen of iets dergelijks achter te laten. In tegenstelling tot de mensen van vandaag waren zij illegaal op ons plekje gaan staan en vertrokken dan ook zonder moeilijk te doen.
Palmbomen in Canada
Dit weekend is het blijkbaar een feestweekend in New Brunswick. De campings zijn niet alleen voller, men versiert de kampeerplek erg smaakvol.

Gisteravond op de camping in St. Martins
Omdat we goede hoop hadden om op de eerste 50 kilometer van St. Martins naar Sussex groot of klein wild te zien, waren we om 5:30 uur opgestaan. In totaal moesten we vandaag 250 km rijden naar Kouchibouguac National Park.
Linde en Floor hadden niet zo’n moeite met het vroege opstaan. Ze pakten hun kussen, legden dat op het wiebelige campertafeltje en sliepen daar gewoon verder. Gelukkig werden we beloond en konden we een konijn toevoegen aan onze wildlijst van deze vakantie.
Bij onze ontbijtstop op de parkeerplaats van een automuseum werden we aangesproken door een medewerker die net aan kwam rijden. Even waren we bang dat hij dacht dat we daar de hele nacht hadden gestaan, maar nee hoor. Hij was gewoon benieuwd wat we deden en waar we naar toe gingen. Hij zei zelfs dat je prima bij een boer naast zijn boerderij kunt wildkamperen zonder het te vragen. Zolang je maar geen kampvuur maakt of gaat jagen op zijn erf. Wij zullen dat niet snel doen, maar wel goed om te weten.
Toen we begin van de middag aankwamen in Kouchibouguac National Park bleken de campings vol te zijn. Gelukkig waren er op een camping net buiten het park nog wel plaatsen vrij. Snel een plek gereserveerd en toen het park in.
Voor het eerst in jaren was er in het park een zang- en dansuitvoering door de oorspronkelijke bewoners van dit gebied, de Mi’gmaqs, die door de kolonisten verdreven waren van hun grond. Wat we zagen was niet spectaculair, maar het betekende heel veel voor hen. Met name op Inge maakte het grote indruk.

Zang en dans door de Mi’gmaqs
Eind van de middag hebben we nog een paar korte wandelingen gemaakt met veel plankenpaadjes vanwege het grote aantal moerasgebieden. Het deed erg Zweeds aan, inclusief de hjortronbaere (geel-oranje soort frambozen). Onder andere the Beaver trail, alleen was de bever al meer dan 20 jaar verdwenen. Bij the Bog trail hebben we wel het moeras gevonden.

The Bog trail

Deze paddenstoel stak net z’n kop uit boven het mostapijt.
Eind van de dag was er gezellige live muziek op de camping. Naast ons stonden een paar locals (iedereen die uit Canada komt noemen wij locals) waarvan één dame heel enthousiast het geluid van het maandelijkse rampenalarm imiteerde, alleen deed ze dat elke paar minuten. Haar kinderen schaamden zich dood.
Misty Fundy
Vannacht hoorden we in de verte om de 30 seconden de misthoorn van … geen idee. Maar dit was wel een teken dat het behoorlijk mistig was. Ons plan om ’s ochtend bij hoog water een kajak te huren en de grotten, rotsformaties en stranden te verkennen langs de The Fundy Trail ging dus niet door.
Maar ook met de camper kun je het park in en wat korte uitstapjes maken. Maar bij elk uitzichtpunt zagen we hetzelfde: mist! Geen idee dus wat we gemist hebben.

De ‘Flowerpot’ bij de Fundy Trail, als een schip dat op de rotsen is gelopen. Niet te zien waar de zee over gaat in de mist.
Fuller Falls was mooi, maar minder groot en spectaculair dan we verwacht hadden uit de beschrijving waarin stond dat je met een kabelladder af kon dalen tot onder aan de waterval. Voordat we goed en wel bij de waterval waren, had men het met een hekwerk hermetisch afgesloten. Maar hekken, kettingen, ‘closed’ of ‘danger’ bordjes hebben op Marijn een heel aparte uitwerking. Hij moet en zal er voorbij om een net iets mooiere foto te kunnen maken, althans dat denkt hij…

De kabelladder naar Fuller Falls.

Fuller Falls (gezien vanaf de andere kant van het hekwerk)
We hebben op Melvin Beach lang naar stenen gezocht (iets anders was er ook niet). De één nog mooier dan de ander…totdat ze opdroogden. Dan waren het ineens weer heel gewone keien. Maar we hadden het hele strand voor ons zelf dat in rap tempo breder en breder werd (outgoing tide). Heerlijk!

Melvin Beach in de mist
Op de terugweg vanuit The Fundy Trail stoken ineens drie stinkdiertjes vlak voor ons de weg over. Heel grappig hoe ze in een rijtje achter elkaar aan huppelden en de eerste keer dat we deze diertjes in het wild - niet platgereden - hebben gezien.
En ook vandaag vloog onderweg de koelkastdeur weer eens open. De wegen zijn eigenlijk de hele vakantie al erg hobbelig en vrijwel alle kasten zijn meerdere keren open gegaan tijdens het rijden. We houden ze dus dicht met elastieken en klittenband. Linde en Floor hebben al een paar keer spullen uit de bovenkastjes op hun hoofd gekregen. De zware spullen hebben we daarom maar naar de benedenkastjes verplaatst.
En het servies rinkelt ook vrolijk onderweg. Dus overal keukenpapier tussen gestopt om het gerinkel tegen te gaan en het servies heel te houden. Tot dusver is er pas één glas gesneuveld.
Bij St. Martins, het dorpje waar we overnacht hadden, waren ook nog mooie zeegrotten, die alleen bij eb toegankelijk zijn. We waren er nog net op tijd bij voordat het vloed werd. Maar we wilden ze ook wel zien tijdens hoog water. Dus hebben tijdens het avondeten de vloed afgewacht. En toen het eenmaal zover was, zagen we uiteraard … niets. Ze waren volledig opgeslokt door de mist! Maar net zo plotseling als ze weg waren doken ze ook weer op uit de mist.

Gelukkig doken ze zeegrotten even op uit de mist.
En de misthoorn hield de hele dag aan, elke 30 seconden.
Foutje in de planning
We kwamen er vanochtend achter dat enkele bezienswaardigheden langs de Fundy Trail helemaal niet in Fundy National Park waren, maar zo’n 80 kilometer van de route (en ook weer terug).
Daarom hebben we besloten om Fundy NP in één dag te doen en daarna verder te gaan naar de Fundy Trail.
In Fundy NP hebben we een paar korte maar mooie wandelingen gedaan.

Wandeling naar Dickson Falls

Groene kikkers spotten bij Caribou Plain.

Familieportret
Niet voor de eerste keer stonden we met de camper op een camping direct aan zee. Deze keer in St. Martins. Linde en Floor waren dus weer het strand af aan het struinen naar schelpjes en wij liepen via het strand naar het haventje, waarbij we bij toeval op een mooie rotsboog stuitten met daarachter een verborgen privé strandje.

Misschien lukt het nog om dit idyllische plekje per kajak te gaan verkennen binnenkort.
Het dorpje St. Martins zag er van een afstand erg leuk uit, met zijn covered bridge, vuurtorentje en vissersboten met links en rechts daarvan de karakteristieke bruin-rode rotsen.

St. Martins
Modderbad
We moeten ons gisteren behoorlijk vergist hebben in de route, want we waren vanochtend pas net op pad en het bord “Yogi Bear Yellowstone Park” stond al naast de weg. Nu is dat een erg mooi park, maar in dit geval dacht een campingeigenaar hier blijkbaar klanten mee te trekken.
We hebben Prince Edward Island via de 13 kilometer lange Confederation Bridge verlaten. Gelukkig stond er geen harde wind want bij meer dan 70 kilometer per uur hadden we niet over de brug gemogen. En eenmaal op de erg hoge brug konden we ons dat levendig voorstellen.
Daarna hebben we in Moncton 2 RV bedrijven bezocht en 3 gebeld om de afsluitklep van ons afvalwater te laten repareren, maar we konden nergens terecht. Ze waren allemaal voor langere periode volgeboekt en niemand kon of wilde ons helpen. Inmiddels loopt het afvalwater er in straaltjes uit. Niet fijn!
Uiteraard hebben we ook ons eigen verhuurbedrijf gebeld, maar die hebben blijkbaar ook nog niks gevonden want we wachten nog op hun telefoontje. Tot die tijd proberen we te vermijden dat we voor langere tijd ergens op het asfalt stil staan, want er ontstaat al snel een plas onder de camper.
Doel van vandaag was Hopewell Rocks. Door erosie en het enorme getijdeverschil (vandaag 12,5 meter!) staan hier enorme paddenstoelvormige rotspilaren waar je bij eb tussendoor kunt wandelen en bij vloed beter niet meer aan het wandelen kunt zijn. Maar we waren hier zeker niet alleen. Dit is vast de meest toeristische attractie van New Brunswick, want het was zo druk dat het vrijwel onmogelijk was een mooie natuurfoto te maken zonder toerist erop. Maar ondanks dat was het hier erg mooi.

Drukte alom bij Hopewell Rocks gedurende laagtij.
De lagere gedeelten waren erg modderig en glad, waardoor het begrijpelijk was dat flipflops (teenslippers) afgeraden werden. Voor de dames was dat juist het favoriete deel. Ze lieten geen gelegenheid voorbij gaan om lekker door de modder te glibberen.

Even later gingen de waterschoentjes uit, omdat het met blote voeten nog lekkerder voelde…
Uiteraard wilden we de Hopewell Rocks ook zien bij vloed. We zijn daarom zo’n 5 uur gebleven en zijn daarna opnieuw gaan kijken. Er liep inderdaad niemand meer, maar nu kwamen de kajakkers!

De wandelaars hebben plaats gemaakt voor de kajakkers. Even later stond het water nog enkele meters hoger.
Onderweg naar een kampeerplek in Fundy National Park zagen we meerdere covered bridges. Uiteraard moesten we de standaard toeristische foto maken met de camper op (of onder) de brug.

Het paste maar net (niet heus)
Rode kustrotsen
Linde en Floor hebben over de afgelopen dagen heel wat stenen, schelpen en slakkenhuisjes op de stranden verzameld. Maar wat gaat dat meuren! Vanochtend was het dus verplicht uitzoeken en schoonmaken.

Deze is echt heel mooi, die moet mee naar huis!
En eindelijk koelde het een beetje af vandaag. Heerlijk fietsen zonder zon en soms wat (mot)regen in het meest westelijk deel van het PEI National Park (Cavendish).

Prima fietsen op de vlakke paden in PEI National Park (Cavendish).
Het werd tijd om PEI te verlaten, maar omdat we de rode rotskusten nog niet gezien hadden, hebben we een deel van de zuidelijke kustroute opgepakt. Op veel plaatsen zie je hier de bruin-rode rotsen die eindigen in de zee. Bovenin zitten de holen van oeverzwaluwen die af en aan vliegen om hun jongen te voeren.

De kenmerkende rode rotsen aan de kust van Prince Edward Island

Deze trap moest eigenlijk naar het strand leiden, maar dan kreeg je wel natte voeten. Hier waren overigens niet alleen de rotsen bruin-rood, ook het water.

Op weg naar de camping in Cumberland Cove liep deze vos honderden meters met ons mee.
Op de zeer kleine, ietwat verlopen ogende camping, werden we allerhartelijkst onthaald door de eigenaar en zijn vrouw. We moesten op zijn wereldkaart een speldje prikken waar we vandaan kwamen. We waren de tweede Nederlanders dit jaar. We zochten een mooi plekje uit direct aan de zee (20 meter afstand). Maar toen was het net vloed. In de loop van de avond trok de zee zich honderden meters terug. We dachten nog een mooi avondwandelingetje over het drooggevallen strand te maken, maar we kwamen niet ver. Omdat het windstil was, waren de muggen ondraaglijk. Rennend zijn we de camper ingevlucht.

Avondwandeling over het drooggevallen strand in Cumberland Cove.