Het roze broekje
Vandaag hebben we het centraal deel van PEI National Park bezocht: Brackley-Dalvay. Dit is een erg populair gebied bij de Canadezen, vooral de roodbruine zandstranden. En de temperatuur van het zeewater is best aangenaam.
Linde en Floor hebben het ochtendwandelingetje overgeslagen en deden liever een spelletje in de camper. Dus gingen we met z’n tweeën op pad. Het was maar een kort wandelingetje, maar toch was er van alles te zien. Zo zagen we de eerste kolibrie van de vakantie. En op een gegeven moment kwam ons een vos over het pad tegemoet gelopen. Hij bleef even staan, wij ook, en liep ons toen via het struikgewas voorbij. Maar ook nog een klein groen slangetje die net een regenworm naar binnen aan het werken was.
Dat vinden wij toch wel het grote voordeel van wandelen ten opzichte van fietsen: je hebt veel meer oog voor de kleine maar mooie dingen om je heen.
Bijna alle wandelroutes kun je hier ook met de fiets doen. Dus ’s middags hebben we weer de fiets gepakt voor een route waar men regelmatig een uitdaging ingebouwd had voor de mountainbike. Zo verkeek Linde zich op de eerste hindernis en lag al snel op de grond naast haar fiets met als gevolg dat haar korte roze broekje iets minder roze was. Maar ook Marijn vergiste zich in een hindernis. Hij dacht dat er een bruggetje was gebouwd, maar halverwege hield de brug op… het bleek een wip-wap. Dat ging maar net goed.
Verder was er onderweg volop gelegenheid even te pauzeren en frambozen te eten of schelpen te zoeken op het strand.
Onderweg met de camper zagen we weer een nest met twee jonge visarenden n moeder visarend kwam net terug van de jacht. Leuk om te zien.

Zandvoort aan PEI
Toen we gisteravond opnieuw bij de camping in Caribou Munroes Provincial Park aankwamen was hij eigenlijk vol, maar omdat ze hier niemand wegsturen, konden we terecht op de overflow plekken in de day use area. Heerlijk veel ruimte hadden we en een prima grasveldje om ons heen.
Toen we gisteren informeerden naar de veerboot van Nova Scotia naar Prince Edward Island was ons verteld dat we geen plekje konden reserveren èn dat er maar een beperkt aantal plekken zijn voor hogere voertuigen èn dat bussen en vrachtwagens voorrang krijgen Daarom stonden we om 6:15 uur al in de rij. Nou ja, rij…we waren de derde deze ochtend. En uiteindelijk was de boot maar voor een kwart gevuld. Zonde van de nachtrust.
Doel van vandaag was Greenwich, Prince Edward Island (PEI) National Park. Dit is het meest oostelijk deel van het PEI National Park. Het was een leuke combinatie van fietsen en wandelen, maar vooral de wandeling over een drijvend plankenpad door een wetland naar het strand was mooi. Aangekomen op het strand zag het er uit als Zandvoort aan Zee: duinen, strand en zee. Maar dat schijnt hier heel bijzonder te zijn.

Plankenpad door het wetland

Mooi pauzeplekje op de hier heel bekende bear chairs.

Linde’s footprint vereeuwigd op het strand.
We zijn daarna doorgereden naar Brackley-Dalvay, PEI National Park, het middelste deel van het park en ons doel voor morgen. Ze hadden hier fantastisch mooie vuurplekken. Ze waren niet te tillen, anders was er één mee naar huis gegaan.

Mooie vuurkorf met het logo van Canadian Parks
Op fossielenjacht
Vanochtend zijn we eerst bij Stone RV in New Glasgow langs gegaan om de koelkast te laten repareren, maar helaas hadden ze maar één monteur (die overigens weinig verstand had van koelkasten volgens de servicemedewerker) en die kon niet van zijn klus gehaald worden. De servicemedewerker wilde zelf wel even snel kijken, maar zag zo snel niets vreemd. Onverrichterzake zijn we dus weer vertrokken, maar wel met enkele adressen van andere RV zaken op de route voor de komende dagen.
Toen hebben we maar een paar zakken ijs gekocht om de etenswaren in deze tropische temperaturen (32 graden) toch nog enigszins goed te houden. Gedurende de dag leek de koelkast toch weer tekenen van leven te vertonen. Laten we het hopen…
Daarna zijn we doorgereden naar Antigonish voor een kort fietstochtje. We hebben meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om van alle fietsen de stuur- en zadelhoogte goed af te stellen. Het nodige gereedschap hadden we tegelijk met de fiets gekocht.

Klaar voor de start
De laatste activiteit van de dag was een wandelingetje door Arisaig Provincial Park. Leuk over het keienstrand struinen, zoekend naar schelpjes en mooie steentjes. En – waar het park bekend om staat – de fossielen die je bij het strand in de leistenen rotsen kunt vinden. Aanvankelijk hadden we geen succes, maar we hebben toch nog een paar leuke fossielen gevonden.

Speuren op het strand naar schelpen, steentjes en fossielen.

De dames sloegen de waarschuwing in de wind.
Nieuwe fiets
Gisteravond hebben we een kleine aanpassing op de geplande route doorgevoerd waardoor we iets sneller in Antigonish aan hopen te komen. We raken namelijk wat achter op schema. In plaats van de tragere en iets langere kustroute hebben we besloten Nova Scotia via de snelweg van zuid naar noord over te steken.
‘s Ochtends zijn we eerst bij de meest gefotografeerde vuurtoren van Nova Scotia in Peggy’s Cove gaan kijken. Het was behoorlijk mistig wat het geheel een bijzondere sfeer gaf. Toen er ook nog een doedelzakspeler naast de vuurtoren ging staan was het plaatje compleet. Veel mensen hier hebben namelijk Schotse voorouders.

Doedelzakspeler voor Peggy’s Cove Lighthouse

MIstig Peggy’s Cove
Daarna hebben we contact opgenomen met het camperverhuurbedrijf om het probleem met de kapotte fiets op te lossen. Gelukkig werd het snel en prettig opgelost: We konden bij de Walmart in Halifax een nieuwe fiets kopen; de oude fiets was de reparatie niet waard. En we hebben ook maar meteen twee paar gelhoesjes gekocht voor op de zadels van de ouwelui.
De toeristische attracties in Halifax, de hoofdstad van Nova Scotia, hebben we links laten liggen en zijn naar Shubenacadie Wildlife Park gegaan. Een erg rustig en heel mooi park wat als doel heeft om dieren op te vangen en als het kan weer in het wild uit te zetten. Tevens was er veel info over natuurlijke waterzuiveringsgebieden zoals de wetlands en de tidezones (en het belang om deze gebieden te behouden). Door deze informatie ga je toch weer anders naar natuurgebieden kijken.
Veel Noord-Amerikaanse dieren hebben we hier gezien, zoals elanden, elken, black-tail hertjes (en gevoerd), beren, bevers, wolven, coyotes, vossen, dall-sheep, poema’s, stekelvarkens (waarschijnlijk de laatste twee, want we hebben er vandaag maar liefst 11 naast de weg zien liggen), stinkdier en zee-arenden.
Linde en Floor waren mooie veren aan het verzamelen van de verschillende vogels die er te zien waren en Floor vond zelfs een mooie grote pauwenveer (overal liepen pauwen los rond). Bij vertrek kreeg Linde er ook één van de aardige dame in het park.

Overal in het parkje liepen de pauwen los rond.
Bij terugkomst bij de camper werd ons vermoeden bevestigd dat onze koelkast en vriezer alleen werken als we aangesloten staan op 110 Volt op een camping, terwijl hij ook op propaan of op de accu van de camper zou moeten kunnen werken. Dat was wel vervelend want we hadden gisteren net de koelkast volgestopt met eten voor de komende dagen en de temperatuur is nog steeds bijna 30 graden.
Dus zijn we op zoek gegaan naar een camper bedrijf dat ons hiermee kan helpen. En net als je ze nodig hebt zijn ze lastig te vinden. Toen we er één gevonden hadden, waren de monteurs net naar huis. Maar ze hadden wel een adres voor ons waar we morgenochtend langs kunnen gaan.
Kleurrijk Lunenburg

Hertje op de camping in de vroege ochtendzon
Nadat vanochtend vroeg de camper alweer lekker in de zon stond en een hertje zich weer liet zien op de camping, zijn we naar Lunenburg gereden om de was te doen. Na bijna twee weken was het wel eens prettig om weer schoon ondergoed aan te trekken. En ze hebben hier bij de wasserette goed internet, zodat de weblog weer bijgewerkt kon worden.

Bij de wasserette in Lunenburg
Daarna zijn we naar het visserijmuseum in Lunenburg geweest, waar we o.a rond konden kijken op twee oude vissersboten.

De Cable Sable uit 1962
Het stadje ziet er erg mooi uit met zijn met al zijn kleurrijke huizen. Het staat ook op de Unesco Werelderfgoedlijst. Maar wat was het weer warm: 30+ graden. Dus de jongedames vluchtten met enige regelmaat de souvenirwinkeltjes in. Vermoeiend voor de ouders…

Kleurrijke houten huizen in Lunenburg
In de supermarkt raakten we aan de praat met een Nederlandse dame die in Ottawa woont en hier haar vakantiehuisje heeft. Ze moest even haar ongenoegen kwijt over de dure prijzen in de supermarkt en de starre, onnavolgbare Canadese regelgeving. Maar desondanks vond ze het prettig wonen in Canada. Op de parkeerplaats kwam ze ons nog een flesje wijn brengen. Geen idee waar we dat aan te danken hadden.
Niet veel verder hebben we de camper neergezet op Graves Island Provincial Park
Kejimkujik Seaside
We hadden de camper om 6.30 uur eerst naar het douchegebouw van de Kejiumkujik camping gereden (800m van onze kampeerplek vandaan!) met Linde en Floor nog slapend in bed, om de weblog verhaaltjes op internet te zetten. Stabiele verbinding, maar trage snelheid.
Daarna zijn we op pad gegaan naar het andere deel van Kejimkujik National Park, namelijk het Seaside gedeelte anderhalf uur zuidelijker. Onderweg hebben we weer vier stekelvarkentjes gezien, allemaal dood op de weg. Of er zitten hier enorm veel van die dieren of ze zijn veel te traag om een weg over te steken of ze zijn gewoon dom. Hoe dan ook, het was wel erg sneu.
Kejimkujik Seaside zag er compleet anders uit dan het in het binnenland gelegen deel. Het was een soort veengebied op een schiereiland in de zee met duizenden prachtig mooie vleesetende planten die we nooit eerder hadden gezien, maar ook leuke paarse orchideetjes.

Deze vleesetende planten waren zo’n 20-30cm hoog en staken daardoor net overal boven uit.
Dan weer liep je door anderhalve meter hoge varens. Maar ook hele stukken over een keienstrand waar de aalscholvers en meeuwen op de rotsen in het water zaten. Het zeewater kleurde op veel plaatsen helder blauw. Met de witte strandjes tussen de rotsen, leek het bijna een tropisch eiland.

Leuk veengebied aan zee
Met één verschil: heel veel irritante horzels. Linde en Floor werden er gillend gek van. De tip van Marijn om ze gewoon te laten landen op je arm of been en dan dood te slaan sloeg niet aan. De dames liepen al molenwiekend verder en hadden daardoor (begrijpelijk) weinig oog meer voor de mooie natuur.
Bijna aan het eind van de wandeling zagen we nog tientallen zeehonden voor de kust liggen en konden Linde en Floor lekker in het kristalheldere water spelen, even geen zorgen over de horzels.

Even geen horzels, wel een mooi strand en blauwe zee
Eind van de dag kwamen we aan in Ovens Natural Park, mooi gelegen aan de zee. We konden er nog een leuke sea cave trail lopen en in de schemer verschenen er vijf hertjes op het kampeerterrein. En toen kwam ook nog eens een grote feloranje maan op uit de zee alsof het de ondergaande zon was.
Jammer dat de faciliteiten erg spartaans waren terwijl we wel de hoofdprijs moesten betalen.
Kajak slepen op Mercey River
Er moeten hier schildpadden zitten die op het heetst van de dag graag liggen te zonnen. Dat wilden we graag zien en we hadden daarom twee kajaks gehuurd om de Mercey River een kilometer of 10 stroomopwaarts te volgen.
Maar de dame van de verhuur hielp ons snel uit de droom. Door de lage waterstand kon je maar zo’n half uur stroomopwaarts gaan. Daarna werd het te ondiep. En als je het riviertje stroomafwaarts zou volgen, zat je na 500 meter al op het grote Kejimkujik Lake en ’s middags zou de wind aantrekken. Dat leek ons voor vandaag niet zo’n goed plan. We zouden wel zien hoever we stroomopwaarts zouden komen.
In een doodlopend zijriviertje vloog plotseling een roerdomp (American Bittern) met zijn typerende ‘ooong-uh-roonk’ geluid (volgens de vogelgids) op om na het bochtje in het hoge gras te verdwijnen. Stilletjes peddelden we verder en gelukkig zagen we hem weer. Dit is de eerste keer dat we deze vogel op de foto konden zetten. We bleven vervolgens steeds de geluiden van de roerdomp horen, maar we zagen er geen meer. Tot aan het eind van de dag, waar er eentje vlak voor onze neus opvloog. Ze zijn zo goed gecamoufleerd dat je ze pas ziet als ze opvliegen.

American ‘ooong-uh-roonk’ Bittern (roerdomp)
En de ijsvogel vloog zo nu en dan over de rivier. Dat zijn toch de dingen die wij enorm kunnen waarderen.
Linde is bij elke pauze op kikkerjacht. Hoe snel ze ook zijn, Linde is vaak sneller. En altijd dezelfde vraag: Mag ik deze meenemen?
Even verderop kondigde het eind van ons kajakavontuur zich al aan. De kajak schuurde steeds vaker over de keien en we kwamen regelmatig vast te zitten. Even afduwen met de peddel was vaak niet genoeg. Dus moest je uit de kajak om ‘m verder te trekken tot voorbij het ondiepe gedeelte. Telkens hoopten we dat het na de volgende bocht beter zou worden, maar dat bleek meestal maar van korte duur. Daarbij nam het verval toe en dus ook stroomsnelheid waardoor het nog lastiger werd. Na zo’n 3,5 uur hadden we 3,5 kilometer afgelegd, waren we eindeloos vaak vastgelopen en vonden we het welletjes. Op de weg terug merkten we pas hoeveel gemakkelijker het is om door de ondiepe gedeeltes te komen als je stroomafwaarts gaat. De keien schuurden nog steeds tegen de onderkant van de boot, maar je hoefde bijna niet meer de kajak uit. In de helft van de tijd waren we weer terug.

Ondanks de lage waterstand was Mercey River een mooi riviertje om te kajakken
Onderweg zagen we overal takken die door bevers waren afgeknaagd. Zelfs op 1,5 meter hoogte boven het water waarbij we geen idee hadden hoe de bever dat voor elkaar had gekregen. Uiteraard zie je midden op de dag geen bevers, maar alleen het feit dat ze hier zo actief zijn is al leuk.
Toen we bijna weer terug waren spotte Inge dan toch nog een schildpad. Daar was het toch in eerste instantie om begonnen.

Painted turtle
En hoe ruim deze camper ook mag zijn met z’n uitschuifzijkant, Marijn stoot minimaal één keer per dag zijn hoofd aan de lage overhangende takken, eh… kastjes.
Vermoeiend dagje fietsen in Kejimkujik
Door wat onenigheid kwam de ochtend wat langzaam op gang. Niet de moeite om er teveel woorden aan vuil te maken.
Wat later dan gepland zijn we op de mountainbikes gestapt en hebben een deel van Kejimkujik National Park verkend. Leuk over de smalle paadjes, maar erg vermoeiend op het asfalt dat soms over langere afstanden omhoog liep terwijl het bijna 30 graden was. In meerdere etappes hebben we zo’n 33 kilometer gefietst. Voor velen stelt dat niets voor, maar voor ons ongeoefende fietsers leverde het al snel behoorlijke zadelpijn op.
Marijn overschatte ook nog eens zijn capaciteiten omdat hij dacht al fietsend foto’s te kunnen maken, maar dat leverde een duikeling op omdat hij zo slim was zijn fototoestel in zijn rechterhand te houden. En links zit de rem van je voorwiel… Gelukkig geen schade aan het fototoestel.

Eerste (en meteen de laatste) foto al fietsend genomen.

’s Middags hadden we de verplichte helmen maar afgezet.
Maar vooral de fiets van Inge vertoonde de nodige mankementen: Er zat een forse slag in het achterwiel, waardoor de remblokjes continu aanliepen. Daarnaast bleef de achterrem ook hangen (plus nog wat kleinere ongemakken).
Marijns pogingen om dit ’s avonds te repareren zagen er aanvankelijk veelbelovend uit, maar ergens ging het volledig mis. De remblokjes liepen daarna nog meer aan en de rem bleef nog vaker hangen. Maar nog vervelender was dat de voorrem spontaan uit elkaar viel (waar niet aan gesleuteld was). En met slechts een multitool als gereedschap valt het niet mee om dat netjes te repareren. Eind van het liedje was dat de fiets nauwelijks nog te gebruiken is. En het humeur van Marijn verpest was.