film2016.reismee.nl

Ons eerste kampvuurtje

Voor het eerst deze vakantie hebben we uitgeslapen en op het gemakkie ontbeten. Daarna nog even een korte wandeling door het druilerige Digby en de haven met zijn vele kreeftenvisboten met toepasselijke namen als de Lobster Stalker.

De Lobster Stalker

En ook hier Amerikaanse taferelen voor wat betreft de campers: Eerst zo’n mega camperbus met een forse Jeep erachter (samen 50 voet lang!) en daarna zo’n zelfde camperbus, maar nu met een wel heel aparte sportwagen op een trailertje vastgesjord met camouflage spanbanden. Hij wilde blijkbaar niet opvallen.

Je bent oud en je wilt wat…

Op de binnendoor route naar Kejimkujik National Park hebben we nog twee stekelvarkens gezien, helaas allebei platgereden. En ons allereerste stinkdier die niet platgereden was. Helaas was hij wel dood maar hij lag nog helemaal gaaf op de weg. Ellen, hij ligt bij ons in de vriezer voor je om op te zetten!

Mooi stinkdier om op te zetten.

Ook voor het eerst waren we ruim voor het avondeten op de camping . Ook wel fijn dat we eens op ons gemak konden koken en eten. Kampvuurtje, worstje, bacon, gepofte aardappel en marshmallows.

Het begon zowaar op vakantie te lijken.

[Foto invoegen lukt even niet]

Die benen kunnen nog wel wat zon hebben!

En van dat stinkdier in de vriezer was helaas niet mogelijk.

Digby Neck

Ons wildkampeerplekje van afgelopen nacht bleek wat minder rustig dan we gehoopt hadden. ’s Avonds en ’s nachts kwamen er steeds opnieuw auto’s aangereden op de behoorlijk afgelegen parkeerplaats. Geen idee wat die daar kwamen doen…

Om 8:00 uur zaten we op de veerboot van Saint John (New Brunswick) naar Digby (Nova Scotia). We hadden gehoopt walvissen te zien op de 2.15 uur durende overtocht, maar helaas. Gelukkig zouden we in de middag nog genoeg walvissen zien op de walvissafari vanuit East Ferry, gelegen op het Digby Neck schiereiland van 75 km lang en slechts 2 km breed. Maar daar aangekomen bleken ze volgeboekt te zijn. Ach, er komen vast nog andere mogelijkheden.

We moesten het plan dus bijstellen en hebben toen drie korte maar leuke wandelingetjes gemaakt tot helemaal op het uiterste puntje van het schiereiland. We moesten hiervoor nog twee keer een veerboot nemen, maar die overtochtjes duurden elk maar 5 minuten.

We stonden op het tweede overtochtje naast een Mustang waarvan het oudere echtpaar blijkbaar kinderloos was gebleven. Sommige nemen dan een hond. Deze mensen hadden een mini-Mustang genomen. Ja, echt! Hun eigen auto in miniatuurformaat lag gezellig op de achterbank op een schapenvachtje!

Oh, wat is ie lief…

Zo zijn we o.a. bij Balancing Rock wezen kijken, een basaltpilaar van zo’n 6 meter hoog die elk moment om lijkt te kunnen vallen, en zijn we naar de zeehonden gaan kijken bij Seal Cove, die zo lang mogelijk op hun rots probeerden te blijven liggen zonnen tot het opkomende tij dat onmogelijk maakte.

Zeehonden bij Seal Cove

Balancing Rock (foto van Floor)

We waren precies op tijd terug voor de veerboot die elk uur vaart, maar helaas was de boot vol. Maar niet getreurd, als ze auto’s achter moeten laten, komen ze direct terug om je alsnog over te varen. Prima service!

En precies datzelfde herhaalde zich bij de tweede veerboot.

Op de mountainbike

Vanochtend hebben we eerst de ster in onze voorruit laten repareren. Omdat dit sowieso buiten de verzekering voor de camper valt en we anders waarschijnlijk een forse rekening gepresenteerd zouden krijgen (hopelijk niet alsnog), dachten we er verstandig aan te doen het zelf te laten doen à $86.

Daarna koers gezet naar Saint John in het zuiden van New Brinswick. De derde Canadese provincie alweer die we aandoen na Ontario en Quebec. In de eerste twee is het tijdsverschil met Nederland 6 uur, hier een uurtje minder.

Deze dagen hebben ze hier het “Buskers on the Bay Festival” waar allerlei straatartiesten hun kunsten vertonen. We hebben shows gezien van Fire Guy, een jongleur met brandende toortsen op een skateboard, en Bike Boy die ook vooral aan het jongleren was en weinig trucs met zijn fiets liet zien.

Fire Guy

Net buiten Saint John ligt Irving Nature Park. We waren wat laat op de middag om het hele park rond te wandelen en de autoroute mochten we niet rijden, omdat de camper met fietsenrek 27 voet lang is. Dus hebben we het park verkend op onze mountainbikes. Leuke primeur voor Linde en Floor. In het begin was het even wennen (vooral het schakelen), maar verder ging het wel lekker. Gelukkig hadden we vanochtend nog een fietspompje gekocht bij de Canadian Tire Store - waar ze ook hele leuke roze meisjesgeweren hebben - anders waren we niet ver gekomen op de erg zachte banden. En gelukkig was het 10 graden koeler dan gisteren.

Bij aankomst in park liep er een jong stekelvarkentje op zijn gemak aan ons voorbij. Voor ons best bijzonder, want dit was pas de tweede keer over al onze voorgaande vakanties dat we er eentje goed konden zien.

Jonge porcupine

Omdat we op de parkeerplaats van het park een mooie uitzicht hebben op de Bay of Fundy, zijn we hier na het avondeten blijven staan voor de nacht.

En zojuist kwam het stekelvarkentje nog een keertje langsgelopen. Erg leuk!

Linde en Floor op het strand in Irvine Nature Park

Veel te warm

Vandaag stond vooral in het teken van een zoektocht naar propaan. Onze tank was zo goed als leeg en als bij dit warme weer de koelkast het niet meer doet is dat behoorlijk vervelend. Waar je in het Westen van Canada bij elk tankstation je propaan bij kunt laten vullen, is dat hier duidelijk niet zo. We zien hier ook nauwelijks huurcampers rijden, dus er zal ook weinig vraag naar zijn. Bij talrijke tankstations zijn we gestopt, maar niemand kon ons verder helpen.

Uiteindelijk verwees iemand ons naar RV World ten zuiden van Fredericton. En hoewel ze eigenlijk al gesloten waren, waren ze zo vriendelijk om ons nog te helpen.

Het was al laat geworden en daarom zijn we vandaag geëindigd op de parkeerplaats van de supermarkt. Maar ook omdat we hier vlakbij de voorruit willen laten repareren. Tijdens een inhaalmanoeuvre knalde een keitje tegen de voorruit met een ster als resultaat.

We reden vandaag de toeristische route door Mc Cain land (van de frietjes). Maar veel verdienen ze er blijkbaar niet uit want elke weg zag er uit als een lappendeken en was uitzonderlijk slecht te rijden.

De toeristische trekpleisters van vandaag waren Grand Falls (mooie waterval) en Hartland Covered Bridge (’s werelds langste overdekte brug).

Maar wat was het weer ondraaglijk warm (33 graden). Van elke stap buiten de camper begon je te zweten. Dus het was zaak niet te veel energie te verspillen.

Erg mooi was een visarendnest boven het casino reclamebord “Eagles nest”. De visarend zat op zijn nest en voerde net zijn twee jongen.

Toen de visarend Marijn eenmaal in de gaten had, lieten de jonkies zich niet meer zien.

Floor heeft de eerste eland van de vakantie gespot. Er werd ook continu voor gewaarschuwd langs de Trans Canada Highway.

En niet te vergeten: oma Riet is vandaag 81 jaar geworden. Gefeliciteerd!

Lange rijdag

Vanochtend waren we vroeg op pad en hadden er voor het ontbijt al 200 km op zitten. Behalve dat het veel te warm (31 graden) en benauwd was om enige inspanning te verrichten, stond voor vandaag ook een rijdag gepland, dus dat kwam goed uit. Eind van de dag hadden we 720 km gereden, een record voor ons in de camper.

Onderweg kwamen langzaam de gisteren opgelopen muggenbulten tevoorschijn. Floor telde er al 20 (en ze jeuken!). Maar ook Inge hadden ze aardig te pakken gehad. In de supermarkt had ze snel aanspraak van een dame van wie de benen er net zo uitzagen: dikke, rode, jeukende muggenbulten!

Na heel veel kilometers landbouwgrond werd ons laatste uur beloond met herkenbaar bos. Dus zaten we ook direct weer in de spotstand voor elanden. Nog niet gezien maar het feit dat ze er zitten maakt al veel goed.

Een welkome onderbreking was een bezoekje aan een houtsnijmuseumpje in Saint-Jean-Pont-Joli: “De beste van heel Canada”, zeggen ze... Inderdaad best mooi en kunstig gemaakt, maar we waren meer onder de indruk van de kettingzaag-houtsculpturen in Cheswick (zie weblog 2012).

Ietwat vreemde bever in het houtsnijmuseumpje in Saint-Jean-Pont-Joli

Canadese hoffelijkheid

In 2 dagen tijd hebben we de jetlag van 6 uur tijdsverschil er vrijwel uit. We werden vanochtend alweer wakker op een voor ons normale tijd.

We zijn de dag begonnen met een mini ochtendwandelingetje in Presqu’ile Provincial Park naar een uitkijkpunt met zicht op een vogelreservaat liggend op twee eilandjes in Lake Ontario. Leuk, maar niet spectaculair omdat de afstand wat te groot was. Mooi waren de grote gele vlinders op het strand die de stinkende groene algensoep blijkbaar heel interessant vonden. En dit was ook meteen weer onze hernieuwde kennismaking met de vervelende muggen die ze blijkbaar overal in Canada hebben.

Mooie grote gele vlinders op de stinkende groene algensoep

Vervolgens koers gezet richting Montreal, maar omdat we niet de snelweg namen lag het tempo eigenlijk wat te laag. Wel reden we door allerlei interessante en ook minder interessante dorpjes waar we getrakteerd werden op de alom bekende Canadese hoffelijkheid. Als toerist zijn de voorrangsregels hier niet altijd even duidelijk en blijkbaar dacht Marijn ergens voorrang te nemen waar dat niet de bedoeling was. Maar dat werd netjes opgelost met een ram op de claxon en een middelvinger uit het raam. Vol gas ging ze(!) er vandoor.

Eind van de middag kwamen we bij Thousand Island National Park waar het visitor centre helaas net dicht was, maar we hebben nog wel een uurtje gewandeld bij Jones Creek waar de trails toepasselijke namen hebben als Bear loop, Heron loop, Turtle loop en Eel loop. Maar niets van dat alles hebben we gezien. Wel weer muggen in overvloed. God, wat kunnen die krengen vervelend zijn! Nu hadden we hier speciaal bugshirts voor gekocht en af laten leveren bij het hotel, maar om die aan te doen bij 30 graden is ook geen lolletje.

En op de camping nog een primeur voor Marijn: seniorenkorting! Scheelt toch weer $6,-.

Het lange wachten

We hadden best wel goed geslapen en het lukte ons om tot 5:00 uur in bed te blijven. Langer uitslapen ging niet.

Om 9:00 uur Motorhome Travel Canada (MHTC) gebeld om de camper op te halen: om 15:00 uur pas! We mochten gelukkig wat langer op onze kamer blijven, maar niet langer dan tot 12:30 uur. Nog maar een keer MHTC gebeld en ze zouden hun best doen de camper om 13:00 uur klaar te hebben staan.

Het overbruggen van de tijd viel niet mee. Het is buiten te warm (29 graden) en er is hier niks te beleven op een soort bedrijventerrein in Bolton, een stadje net buiten Toronto. Dan maar op de hotelkamer ons vermaken: Inge op de e-reader, Marijn die de F1 race op Silverstone terugkeek (Max Verstappen werd tweede), Linde op haar telefoon en Floor op de iPad…

Iets voor 13:00 uur waren we bij MHTC en vrij snel was de camper klaar. Maar het op orde krijgen van de mountainbikes kostte vrij veel tijd. Het verstellen van bijvoorbeeld een vastgeroeste zadelpen viel niet mee. Het zijn zeker niet de beste of nieuwste fietsen, maar dan hoeven we ook niet bang te zijn dat er krasjes op komen. En net toen we weg wilden gaan, bleek er nog een slot van een opbergvak kapot te zijn. De reparatie duurde zeker een uur en nog steeds was het slot zo gammel als wat.

Dik 2,5 uur later zaten we in onze camper. De eerste stop was uiteraard de supermarkt om voorraden in te slaan voor de komende paar dagen. Rond half vijf, veel later dan gehoopt, konden we dan eindelijk op pad. We wilden nog zo’n 200 kilometer rijden. Maar door al die vertraging zaten we midden in de avondspits van de miljoenenstad Toronto. Nog meer vertraging…

Net voor het echt donker werd hadden we dan toch nog ons geplande overnachtingsplekje bereikt in Presqu’ile Provincial Park.

Een saaie en vermoeiende dag vandaag.

Onze camper die deze keer niet herkenbaar is als huurcamper.

Relaxte eerste reisdag

Ondanks de lichte stress toch goed geslapen vannacht. Gelukkig was de vlucht op een mooie tijd (11:40 uur) en hoefden we niet midden in de nacht op te staan.

Het was 45 minuten rijden naar de parkeergarage in Schiphol-Rijk (gelegen tegen de achterkant van Schiphol) en vandaar slechts 10 minuten met de shuttle bus naar de vertrekhal.

Dus … auto geparkeerd, alle tassen in de taxibus en … oeps, verkeerde taxi en verkeerde parkeergarage. Twee tellen later arriveerde alsnog het juiste busje. Even de auto aan de overkant van de weg in de andere parkeergarage gereden en de spullen overgeladen in het andere taxibusje.

Ondanks de drukte aan het begin van de zomervakantie verliep alles soepel op Schiphol. Geen problemen met de 4 grote plunjebalen die maar net voldeden aan de maximale omvang en het maximale gewicht.

Eenmaal in het vliegtuig moesten we wel meerdere keren van stoel ruilen om bij elkaar te kunnen zitten (bij het online inchecken zaten we verspreid over het toestel), maar gelukkig bleek dat geen probleem – aardige mensen die Indiërs. We vliegen nl. met de Indiase maatschappij Jet Airways, een nieuwe partner van KLM.

Vervolgens moesten we 8,5 uur de tijd doden met o.a. Kung Fu Panda 3 voor de 6.000 km lange vlucht naar Toronto. Tot zover verliep alles vlotjes en waren we de stress snel kwijt.

Eigenlijk viel de vlucht best wel mee en ook Linde en Floor vermaakten zich prima. Redelijk fit landden we om 13:30 uur lokale tijd op Toronto. Alle noodzakelijk plichtplegingen kostten de nodige tijd, maar eenmaal buiten reed binnen 5 minuten de reeds besproken taxi voor die ons bij het hotel in Bolton afzette.

De ons toegewezen ‘room with a view’ was echter nog één grote bende. Een vriendelijke glimlach in plaats van een onaardige opmerking leverde meteen een upgrade naar de Queen suite op met mooi uitzicht op … de Walmart.

Nog nooit op al onze voorgaande reizen is de eerste dag zo relaxed verlopen. We proberen nog een paar uur wakker blijven om zo snel mogelijk de 6 uur tijdverschil in te lopen en het normale ritme op te pakken.